Gimme shelter

Afgelopen zondag liet ik deze video zien aan het begin van de dienst.

Keith Richards en Mick Jagger konden best indrukwekkende teksten schrijven…..

Advertenties

Utøya en heldendaden

Met grote aarzeling en voorzichtigheid wil ik met jullie wat gedachten delen over de schietpartij van afgelopen vrijdag op het kamp Utøya in Noorwegen. Want er is een vraag, een gedachte, die mij sinds die dag niet heeft losgelaten. Het blijft bij mij hangen, en ook al zet ik me een beetje schrap voor mogelijke reacties, wil ik het toch aan de orde stellen.

Het was een grote schok toen ik zaterdagochtend wakker werd en las dat de schietpartij meer dan tachtig dodelijke slachtoffers had geëist (dat aantal is nu naar beneden bijgesteld). De hele dag kwamen beelden binnen van hoe het op dat eiland was, hoe de dader op het eiland kwam en zijn actie kon uitvoeren, deels doordat hij als politieagent gekleed was.

En ook de vreselijke verhalen van vooral jongeren die ongewild slachtoffer en getuigen werden van de moordpartij op vrienden en kampgenoten. Hoe ze zich stil moesten houden, en voor dood spelen, soms onder of naast het lichaam van iemand die echt dood was. Hoe ze heen en weer op dat eiland moesten rennen, om uit het bereik van de kogels te blijven. Hoe ze het water in sprongen om te ontsnappen, waarbij sommigen de verdrinkingsdood vonden. Hoe ze belden en sms’ten met vrienden en familie, soms in de wetenschap dat dit het laatste contact met geliefden zou kunnen zijn.

Er zijn geen woorden om uit te drukken hoe vreselijk het was om dat allemaal mee te moeten maken, en het verdriet, de verwarring en verbijstering die achterblijven. Als je die verschrikkingen niet zelf hebt ondergaan, dan hebt je geen recht van spreken als het gaat om hoe iemand tijdens die verschrikkelijke 90 minuten gehandeld heeft.

Misschien geen recht van spreken, maar wel het recht om een vraag te stellen? Misschien. Hier komt mijn vraag dan, toch.

Gegeven dat het één man was die schoot, het een bosachtig eiland is, het duurde bijna 90 minuten voordat de politie de man inrekende, en dat de verhouding 500 tegen 1 was – waarom was er niemand die pogingen ondernam de schutter uit te schakelen?

Snap je waarom ik zo aarzelend ben? Want ik was er niet, ik heb nog nooit van mijn leven zoiets meegemaakt, en ik hoop dat nooit mee te moeten maken. En ik begrijp dat je eerste instinct bij zoiets moet zijn – wegwezen, jezelf beschermen, ervoor zorgen dat je dit overleeft.

De schietpartij in Alphen a/d Rijn van eerder dit jaar duurde een paar minuten, waarna de schutter zelfmoord pleegde. In die korte tijd is geen tijd om iets anders te doen dan, gedreven door een adrenalinerush, jezelf te beschermen.

Op het eiland Utøya duurde de schietpartij meer dan een uur. Jongeren vertellen hoe ze heen en weer renden om te ontsnappen aan de kogels. Maandag op de BBC zag ik een interview met een jongen die, samen met 40 anderen, zich schuil hield in een hutje op het eiland. Hij vertelde dat ze de schutter heen en weer hoorden lopen en schieten. Hij bleef onder een bed liggen, hopend en biddend dat de dader de hut niet zou betreden.

En mijn vraag is: was er niemand die een poging deed de man de tackelen? Zo niet, waarom niet?

Wij kennen het verhaal van Jasper Schuringa, de 32-jarige Amsterdammer die een Nigeriaanse terrorist overmeesterde in een vliegtuig boven de Verenigde Staten. Hij kwam wel in actie. Andere omstandigheden, de loop van een pistool was niet op hem gericht, maar toch.

Er waren, op die vrijdagmiddag op Utøya, meer heldendaden verricht dan je kunt tellen. Sommigen zijn gezien, en er is over verteld. Veel meer worden niet als zodanig opgemerkt, of niet verteld. Maar ik heb er geen enkele twijfel over dat dat er legio waren.

Alleen, deze specifieke heldendaad lijkt te ontbreken. Ik ben benieuwd óf dat zo is, en waarom. [In een artikel over de schutter in de Huffington Post staan deze woorden: Lippestad (de advocaat van Breivik) added that Breivik had expected to be killed before he arrived at the island. “He was a little surprised he succeeded – in his mind succeeded,” the lawyer said. “He was expecting to be stopped earlier by the police or someone else during the actual day. He was surprised that he reached the island.“]

Wat mij bijblijft is niet de vraag: wat zou ik doen als ik zoiets vreselijks zou meemaken? Want ik weet het niet. Ik heb er werkelijk geen idee van. Ik weet dat ik een gewone mens ben, en mijn (lichamelijke) reactie zal een heel menselijke zijn.

Maar ik denk er wel eens over na. Hoe zou dat zijn? Ben ik bereid om over de vliegtuigstoel te springen of met anderen een plan te bedenken voor het geval de schutter het hutje binnen zou komen? Had ik samen met de andere passagiers ‘let’s roll’ geroepen en de cockpit bestormd op United 93 op 11 september 2001?

Ik weet het niet, echt niet. Ik zou wel willen dat ik daartoe in staat zou zijn. Ik denk zelfs dat het antwoord op deze vraag iets zegt over de persoon die je bent. Als de nood aan de man is – voor wie ga ik?

Vandaar dat ik er nu al over nadenk, misschien een beetje als voorbereiding op iets wat ik hoop nooit te moeten meemaken.

Ik ben benieuwd naar jullie gedachten.


Woestijntenten en stenengebouwen

Van woestijntent naar stenengebouw’ stond op de cover van het blad Opbouw dat gisteren bij mij op de mat viel. Opbouw is het opinieblad voor de Nederlands Gereformeerde Kerken.

Die woorden prikkelden mij, omdat ik nu in mijn leven bezig ben met een tegenovergestelde beweging – van stenengebouw naar woestijntent. Het zal, trouwens, meevallen met die woestijn en die tent, maar je snapt me wel.

Deze woorden zijn uitgesproken door een predikant van de NGK aan het eind van de Landelijke Vergadering (Synode) van de NGK die recentelijk gehouden is. Vroeger beleefden de NGK een woestijnperiode, zei de predikant. ‘Nu is dat wel anders. We bewonen geen tenten meer, maar hebben het vaste gebouw van het AKS (de kerkorde van de NGK) betrokken waaraan we deze maanden weer een paar stenen stevig vastgemetseld hebben’.*

Theologie is autobiografie, heb ik jaren geleden geleerd. Mijn eigen levensfase bepaalt nu dus ook hoe ik deze beeldspraak versta. Uiteraard is het hartstikke goed als dingen goed geregeld zijn, en er zijn ook genoeg beelden in de Bijbel die spreken van stenengebouwen die gebouwd worden (Ef 2:19-22, bv).

Een ander Bijbels beeld wordt door Jezus uitgesproken: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ En het hoofdstuk over de geloofshelden van weleer zet een beeld van woestijntochten neer: ‘Ze zwierven rond in schapenvachten of geitenvellen, berooid, vernederd en mishandeld. Ze doolden door verlaten oorden en berggebieden en verscholen zich in grotten en holen onder de grond. Ze waren voor de wereld te goed.’

Het is een spanningsveld, zonder enige twijfel.

En dan al helemaal als je verderop in hetzelfde blad de column van drs. Menko Biewenga leest, waarin hij missionair predikant Arjan Markus citeert uit het blad Kontekstueel (zonder commentaar van hemzelf, trouwens):

Heb je voor gemeenschap een predikant of kerkelijke werker nodig? Niet noodzakelijk, lijkt mij. (…)

Als er geen kerkgebouw meer is, dan worden samenkomsten van de gemeenschap wellicht geen kerkdienst meer in onze klassieke vorm. Is dat erg, of kan het ook zonder? Ik zou het zelf erg missen, maar het kan zonder. Laten we eerlijk zijn: kerkdiensten zijn ook niet de meest ideale vorm om gemeenschap te stichten. (…)

Is er voor onderwijs en de verkondiging een kerkgebouw nodig? Nee, net als gemeenschap kan ook het onderwijs en de verkondiging in een andere ruimte. Is er voor onderwijs en verkondiging een professional als de predikant nodig? Ik denk niet dat de ontsluiting van de traditie en de uitleg van de Schriften en de verkondiging van Gods genade is voorbehouden aan geschoolde theologen.*

Mijn vrouw en ik kiezen er op dit moment voor om verschillende gebouwen achter ons te laten en op reis te gaan. Dat maakt ons niet beter dan een ander, we begrijpen de noodzaak om gebouwen van kwaliteit neer te zetten, en we wensen kerken die zich door Gods Geest geroepen voelen stenengebouwen te bouwen alle zegen toe.

Ik hoop en bid dat die gebouwen straks niet leeg komen te staan. Maar ergens ben ik er niet gerust op.

Ik ben benieuwd naar jullie gedachten!

* Voor de volledigheid: deze predikant voegt er ook aan toe: ‘Overigens speelt het echte leven van de kerk zich niet af op een Landelijke Vergadering, maar thuis, in de plaatselijke gemeenten’.

* Voor de volledigheid: ds Markus pleit wel voor de inzet van academisch geschoolde predikanten – ‘je kunt denken aan rondreizende predikanten, die verbonden zijn aan een grote gemeente met een regiofunctie’.


Afscheid

Gisteren nam ik, op begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam, samen met een paar honderd andere mensen, afscheid van AA.

AA, zoals altijd onder haar briefjes en rapportages stond, is maar 59 geworden. Zij laat haar man, drie volwassen kinderen, familie en vrienden, en veel verslagen collega’s van de Dienst Werk en Inkomen van Amsterdam (voormalige Sociale Dienst) achter.

Haar man vertelde hoe zij, in de laatste momenten van haar leven, worstelend met de drempel tussen leven en dood, de kracht kon opbrengen om haar liefde voor haar gezin duidelijk uit te drukken. Haar kinderen vertelden één voor één dat zij de liefste mama van de wereld was. Dat zeggen kinderen vaak op een begrafenis. Door de herinneringen die opgebracht werden en de emoties die los kwamen wisten we dat wat ze zeiden waar was.

Een collega en medewerker van één van de teams waarvan AA cheffin was, deed ons met een traan en een brok in de keel terugdenken aan hoe uniek zij was als cheffin, hoeveel we van haar hielden, en zij van ons. De door haar opgerichte leesclub liet ons haar opgewekte stem nog een keer horen: “Hello, ladies!”

Met dit afscheid neem ik afscheid van één van de meest boeiende periodes van mijn leven – mijn jaren als bijstandsconsulent bij de DWI. Een multi-culti werkomgeving, waarbinnen we ons inzetten voor degenen in Amsterdam die werkelijk hulpbehoevend zijn. Doordat je met de moeilijke omstandigheden van soms moeilijke mensen bezig bent, raak je verbonden met elkaar en je wordt bijna familie van elkaar.

Zoals bij elke familie, vind je niet iedereen even leuk en aardig en je hebt soms knallende ruzie.

Maar de kracht van AA’s liefde en toewijding bond ons gisteren weer samen, persoonlijk als collega’s maar ook in de doelstelling waar we ons voor inzetten. Dat we elkaar in jaren niet meer gezien hadden, en als ik eerlijk ben, er allemaal een dagje ouder uit zijn gaan zien (op Peter na), deed er niet toe.

Het afscheid van gisteren is één van de eerste dat dit jaar door mij genomen moeten worden. Want mijn vrouw en ik hebben besloten om aan het eind van dit jaar te remigreren naar ons geboorteland, na meer dan 21 jaren in Nederland gewoond en gewerkt te hebben. Het afscheid van gisteren is een voorproefje van hoe het zal zijn voor ons om ons werk en leven hier achter te laten.

We nemen afscheid van veel verschillende mensen, waar we in familiale verbondenheid door de gewone en bijzondere momenten van het leven met elkaar zijn gegaan, en waar we soms ook ruzie mee hebben gehad. Lief en leed…, zegt men dan.  En zo is het.

Zoals de man van AA gisteren zei – wij gaan het afscheid niet makkelijk maken. We gaan het voelen. Je denkt dan in eerste instantie aan de pijnlijke en moeilijke kanten, die er wel degelijk zijn en nog moeten komen.

Maar de positieve energie van AA barstte door het verdriet heen. Het deed  ons allemaal lachen, elkaar omhelzen en liefhebben.  Zo willen wij, in deze maanden van afscheid nemen, energie krijgen om de toekomst tegemoet te gaan, wat dat ook voor ons en voor jullie in gaat houden.

Wij nodigen jullie van harte uit om op creatieve en originele wijze met ons mee te doen. Hier zullen we af en toe iets vertellen over hoe het gaat.


29 manieren om creatief te blijven

29 WAYS TO STAY CREATIVE from TO-FU on Vimeo.


Ijzer scherpt ijzer

Je ziet gelijk wat wijzigingen op deze weblog.
Ik ga me de komende tijd bezig houden met een nieuw project, onder de titel Ijzer scherpt ijzer.
Dat refereert aan een tekst uit het Bijbelboek Spreuken. 27:17: Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens.
[Nu ik het over Spreuken heb, denk ik gelijk aan de uitspraak van William Willimon over het boek Spreuken. Hij wilde er nooit uit preken. Er zit weinig God in – het heeft meer weg van die nuttige tips voor het leven die je in Libelle vindt. ‘Het lijkt op een lange rit in de auto met je moeder’. zei hij.]
Deze tekst uit het boek is inderdaad iets wat je moeder zou kunnen zeggen, en er zit weinig God in.
Dat geeft niet. Ik ga ermee aan de slag.
Dat zal in de eerste instantie via Twitter zijn (@ijzerscherpt), maar ook af en toe in de vorm van een blogpost.
Kijk uit voor je moeder!


Cool

Tim Challies heeft één van de meest bezocht christelijke weblogs. Waarom hij zo populair is weet ik niet helemaal. Oerconservatief, en ik vind hem een beetje saai en  voorspelbaar.

Vandaag een blogpost met de titel: The Strange Phenomenon of White Middle Aged Pastors listening to Rap Music. (Alleen al deze titel geeft iets aan van waarom ik zijn populariteit niet snap.) Maar goed.

Hij sluit de blogpost af met een video van de hip hop artiest Lecrae. “Don’t waste your life”. Challies heeft wel gelijk als hij opmerkt dat wij blanken van middelbare leeftijd de tekst erbij moeten hebben om het een beetje te kunnen volgen.

Ik vond deze regel treffend:

See your money, singleness, marriage, talent, time:
They were loaned to you to show the world the Christ is Divine.

Hier de video. Kijk ernaar, en vooral: Don’t waste your life!