Categorie archief: Navolging

Navolging 6

Nu (voorlopig) de laatste in deze serie over navolging: Bonhoeffer weer:

U beklaagt zich erover, dat u niet kan geloven! Niemand
heeft het recht zich te verwonderen, dat hij niet tot geloof komt, zolang hij
zich in enig opzicht willens en wetens verzet tegen het gebod van Jezus of zich
eraan onttrekt. U wilt een of andere zondige hartstocht, een vijandschap, een
verwachting, uw levensplannen, uw verstand niet aan het gebod van Jezus
onderwerpen? Verwonder u dan niet, dat u de Heilige Geest niet ontvangt. (…)
Wanneer u Gods gebiedende woord in de wind slaat, zo zult u ook zijn woord van
genade niet ontvangen.
Gelooft u? Wel, doe dan de eerste stap! Die stap voert tot
Christus! Gelooft u niet – doe dan toch diezelfde stap; die wordt van u geëist!

Bonhoeffer plaatst deze zinnen in een pastorale context.
Wat doe je als iemand zegt: Ik kan niet geloven?
Dit zal hard klinken, maar ik geloof het wel: de wortel van
dat “niet kunnen geloven” is de zonde (wij gaan uit van iemand die gezond is,
en niet (geestelijk) ziek).
Geloven is een keus die je maakt, in je omstandigheden.
En je kan altijd de keus maken om te gehoorzamen, ook
wanneer je gevoelens en gedachten lastiger zijn om in bedwang te brengen.
Wat Bonhoeffer dus zegt is: als je geen gevoel hebt, doe wat
van je verwacht wordt.
Als je dat niet doet, is het zonde. En als je in de zonde blijft zal je dan ook niet kunnen geloven.

Ik denk dat het een grote verworvenheid is dat we
tegenwoordig in de kerk veel aandacht hebben voor de menselijke kanten van
geloven, het soms niet kunnen geloven, en dat we mensen niet meer  om de oren
slaan met alles wat ze moeten doen anders………
Maar wat we daardoor een beetje kwijt zijn geraakt is de
werkelijkheid van de zonde en het vermogen elkaar daarop te wijzen ten einde er
iets aan te doen.
Dat is één verklaring voor de zwakheid van de
kerk in onze tijd.

Advertenties

Navolging 5

De oproep (tot navolging) klinkt en zonder meer volgt de
gehoorzame daad van de geroepene. (…) Er bestaat maar één geldige motivering voor deze
correspondentie van oproep en daad: Jezus Christus zelf.
De oproep tot navolging is dus gebondenheid aan de persoon
van Jezus Christus alleen, doorbreking van alle wettelijkheden door de genade
van Hem die roept. Hij is genadige oproep, genadig gebod. Hij valt buiten de
vijandschap van wet en evangelie. Christus roept, de discipel volgt. Dat is
genade en gebod in één.

Het hart van christelijke navolging (en wat het anders maakt
dan andere godsdiensten) is dat we een persoon
volgen.
Dat geeft tegelijk een heldere focus en een ruime vrijheid.
Ogen gericht op hem. Focus.
Ruimte om te zijn wie je bent, om de details zelf in te
vullen.

In ons westerse (Reformatorische) christendom weten we hier
weinig van.
Wij volgen (volgen is waarschijnlijk niet het goede woord. "Wij houden ons aan". Beter?) leerstellingen, dogmatiek, afspraken die we met
elkaar hebben gemaakt, theologie.
Van voorbeelden van mensen die Jezus op deze manier volgen hebben we ook minder dan gewenst.
Dit moeten we leren met elkaar.
In de preek van afgelopen zondag heb ik hiervoor twee tips
gegeven (zonder nou te beweren dat ik het allemaal zo goed weet en doe):

  1. Lees het verhaal van Jezus als verhaal. Om de man te ontmoeten. Wie was hij? Hoe voelde hij zich? Hoe ging hij met mensen om? Wat voor een persoon was dat? Waarom deed hij wat hij deed? Lees het als roman, als biografie.
  2. Beoefen je in het praten en luisteren naar hem in de bezigheden van elke dag. Dat je wat bewuster dingen tegen hem zegt, naar zijn stem luistert, hem ontmoet in andere mensen, de schepping enz. Dat er een wiseelwerking ontstaat, een relatie.

Want: óf hij is opgestaan uit de dood, óf hij is nog steeds
dood.
Als hij dood is, dan heeft dit geen zin.
Als hij leeft, dan is dit de zin van het leven.


Navolging 4

Meer Bonhoeffer over de beroemde uitspraak van Luther.

Wat betekent het, wanneer Luther kan zeggen: ‘Pecca
fortiter, sed fortius fide en gaude in Christo’
(‘Zondig vrijmoedig, maar
geloof des te moediger en verheug u in Christus’)? Wel, je bent nu eenmaal een
zondaar en komt nooit los van de zonde, of je nu een monnik bent of een mens in
de wereld…zondig dus maar moedig – en wel op grond van de eenmaal geschiedde
genade! Is dat de onverbloemde proclamatie van de goedkope genade, de vrijbrief
voor de zonde, de opheffing van de navolging?

Maar juist niet als begin, maar uitsluitend en alleen als
eind, als resultaat, als sluitsteen, als allerlaatste woord kan Luthers
stelregel worden opgevat. (…) Voor hem is het ‘zondig moedig’ niet zo iets als
een principiële bevestiging van zijn ongehoorzame leven, maar het is het
evangelie van de genade Gods, voor wie wij te allen tijde en in iedere
omstandigheid zondaren zijn en dat ons juist als zondaars zoekt en rechtvaardigt.

Als verduidelijking van wat hij hier bedoelt zegt Bonhoeffer: Wanneer Faust aan het eind van zijn leven van strijd en inzicht zegt: ‘ik zie, dat we niets kunnen weten,’ dan is dat resultaat totaal iets anders dan wanneer deze uitspraak door een eerstejaarsstudent wordt overgenomen om daarmee zijn luiheid te rechtvaardigen. Als resultaat is de uitspraak waar, als veronderstelling is hij bedrog.


Navolging 3

Meer Bonhoeffer:

Over Maarten Luther en hoe hij Jezus volgde:
De eerste keer, toen hij in het klooster ging, had hij alles achtergelaten; alleen zichzelf, zijn vrome ‘ik’ niet. Ditmaal (toen hij het klooster verliet en de wereld in ging, n.v.) was hem ook dat ontnomen. Hij volgde niet op grond van eigen verdienste, maar op grond van Gods genade. (…) Luther moest het klooster verlaten en terug in de wereld, niet omdat de wereld op zichzelf goed en heilig zou zijn, maar omdat ook het klooster niets anders was dan de wereld.

Even terzijde:
Vorige week heb ik ongeveer 20 christenen gesproken en Bonhoeffer en zijn boek Navolging genoemd. Maar 2 of 3 wisten wie hij was. Ik ondervind steeds een gebrek aan algemene kennis over de bijbel, theologie en kerkgeschiedenis onder christenen, vooral de generaties jonger dan ik. Het is de oudere generaties niet gelukt om die kennis door te geven.
En daarom kan ik de zorg onder veel kerkleden om het verloren gaan van ons "erfgoed", en het verlangen terug te gaan naar de methodes van vroeger (catechisatie, leerdiensten, stijl van prediking, liturgie e.d.) niet helemaal begrijpen.
Emotioneel wel, want ik snap hoe pijnlijk dat is. Maar praktisch niet.
Want we zijn het erfgoed al grotendeels kwijt.
En die methodes hebben ons niet geholpen het vast te houden.
Teruggaan naar hoe het vroeger was om de zaak te herstellen lijkt mij geen praktische oplossing. Wij moeten vooruit kijken, want ik vind het wel jammer dat die kennis kwijt is geraakt, en ik denk dat het goed zou zijn om daar wat aan te doen.

Maar goed….  in ieder geval:
Carpe diem!


Quiz vraag 4

De vierde en laatste vraag.
Ben je geslaagd?

Om Jezus te kunnen volgen moet ik mijn familie, huis en
akkers achterlaten

      a. Mooi! Eindelijk die schoonfamilie kwijt!
b. En de erfenis dan?
c. Gelukkig heeft hij niet gezegd dat ik met mijn
partner moet breken (goede exegese, hé?)
d. Ik ga de familiefoto’s van mijn harde schijf
wissen


Quiz navolging vraag 3

Als ik Jezus over het water zou zien lopen in een storm, zou
ik

      a. Gauw het roer overnemen van Andreas
b. Zie jij Jezus?
c. Denken: Hij is al zo ver gekomen, dat laatste
eindje lukt hem ook wel
d. Overboord springen


Quiz Vraag 2

Hoe serieus ben je in het navolgen van Jezus?

  1. Ik zit elke zondag in de kerk.
  2. Ik eet sprinkhanen en wilde honing, en ik vast een dag per week.
  3. Ik heb alles verkocht en aan de armen gegeven.
  4. Ik heb een vaste belofte gedaan om morgen te beginnen.