Categorie archief: Jubileum

Slot

Met deze log sluit ik de serie logs over ons 30-jarige
jubileum als zendingswerkers af.
Het heeft even geduurd voordat ik deze log heb kunnen
schrijven, en ook nu vind ik het niet zo makkelijk.
Ik heb besloten om gewoon maar te beginnen.

Het zit namelijk zo:
De meeste van jullie weten dat ik teamleider en voorganger
was van gemeente de Hoeksteen in Amsterdam Noord.
Dat was de gemeente die ons team stichtte, en het ging, in
feite, heel goed met die gemeente.
Op zondag hadden we tussen de 70 en 80 bezoekers, de kring
van mensen die deel uit maakten van de Hoeksteen bedroeg 120.
In 1998 gingen mijn vrouw en ik voor een jaar met verlof.
Toen wij terug kwamen (zomer 1999) merkte ik al vrij gauw
dat ik niet in staat was om mijn werk op te pakken zoals ik dat wilde.
Vanaf januari 2000 ging ik minder doen en mijn huisarts
stelde de diagnose burnout/depressie vast.
In mei 2000 meldde ik mij ziek (saillant detail: op een
zaterdagavond belde ik mijn preekafspraken voor de volgende dag af: één van die
afspraken was Heemstede!)
, en in december 2000 nam ik ontslag van de
zendingsorganisatie in Amerika en dus ook gemeente de Hoeksteen.

De Hoeksteen heeft deze gebeurtenissen (onder andere) niet overleefd.
Na moedige pogingen om door te blijven gaan zijn de deuren
van de Hoeksteen in mei 2003 dicht gegaan.
Een lid van de Hoeksteen zei: “onze gemeente is ook burnout
geraakt.”

Mijn moeite met deze log is dat ik nog niet precies weet hoe
hierop terug te kijken.
Ik denk dat wij geweldig werk hebben gedaan, en dat dat werk
ook rijkelijk gezegend is.
Als je nu een betrokkene van de Hoeksteen spreekt, dan zegt
hij of zij: ik vind nooit meer een gemeente zoals de Hoeksteen (positief
bedoeld, uiteraard!).
En die persoon heeft gelijk.

Maar blijkbaar gingen er een aantal dingen ook mis.
Wat dat voor dingen waren weet ik nog niet zo goed.
Daar ben ik nog niet uit.

Maar dat hoeft ook niet.
Ik neem er rustig de tijd voor (wat
dacht je van een eeuwigheid?).
Dit weet ik wel:
Er zijn nu meer
dan zes gemeentestichtingsprojecten in Amsterdam die uit de
Reformatorische kerken zijn ontstaan. De organisatie Amsterdam in Beweging is begonnen.
Een vrij grote groep mensen is diep geraakt en voorgoed
veranderd door de Hoeksteen.
Ik ben een gezegend mens, samen met mijn vrouw en kinderen (vandaag zijn wij 33 jaar getrouwd!).
En dat geldt voor mijn hele leven.

Bedankt dat je deze serie hebt willen volgen.

(Noot: dit is de laatste in een serie logs die stilstaan bij ons 30-jarige jubileum als
zendingswerkers. Klik op categorie Jubileum voor de rest van de serie.
Klik
hier voor de eerste log.)


Venijnig

Voordat we naar Amsterdam gingen is ons verteld dat het
moeilijk zou zijn en dat we “aanvallen van de duivel” konden verwachten.
Ik geloofde dat wel, maar ik ben ook niet iemand die overal
een aanval van de duivel ziet.
Ik haak af als mensen hun eigen domheid afdoen met de
verklaring “wat we doen is zo waardevol dat de duivel ons nu aanvalt en het ons
moeilijk maakt”.

Maar nu ik terugkijk denk ik dat de duivel ons – en mij in
het bijzonder – op een zeer venijnige manier te pakken kreeg.
Ik heb een stuk of 8 situaties meegemaakt die a) pastoraal
buitengewoon lastig waren, b) zich binnen de relationele sfeer afspeelden, c) niet
met anderen gedeeld konden worden waardoor d) ik alleen de last droeg.
Op elk gebied van mijn leven deden deze situaties zich voor:
eigen gezin, familie, leiderschapsteam, kerkelijke gemeente, vriendenkring.

Toen ik er middenin zat had ik het niet door.
Pas jaren later begon ik alles op een rijtje te zetten en ik
schrok enorm.

Die jongen is echt een boef.

Devil_2

(Noot: dit is de achttiende in een serie logs die stilstaan bij ons 30-jarige jubileum als
zendingswerkers. Klik op categorie Jubileum voor de rest van de serie.
Klik
hier voor de eerste log.)


Vertrouwen

Vertrouwen krijgen was in Nigeria geen probleem.
Als ik een dorp binnenliep was ik, op dat moment, Jezus Christus,
Mohammed, Mahatma Ghandi, Boeddha en de Koning van Siam ineen voor de mensen.
Ze hingen aan onze lippen.

Amsterdam was wel degelijk andere koek.
Grootst nadeel: Amerikaan zijn. Moet je helemaal niet
willen.
De Nederlandse stereotypen over Amerikanen en de Amerikaanse
cultuur zijn hardnekkig.
Daarnaast hadden we onze doelstelling tegen: wij wilden een
kerkelijke gemeente stichten in Amsterdam die in staat zou zijn om mensen te
bereiken die normaal gesproken niet in de kerk zouden komen.
Wat als bedreigend ervaren werd door de kerkelijke leiders (zowel gereformeerd als evangelisch, het maakt niet uit):
Er zijn al genoeg kerken in Amsterdam/Nederland!
Zeg je daarmee dat wij het niet goed hebben gedaan?
Denk jij dat je ons iets kan leren?
Jullie moeten goed rekening houden met het werk dat de Geest
in Nederland al gedaan heeft!
Komen jullie Nederland redden? (sarcastische toon)
Je opleiding zal zeker beneden de maat zijn.

Eén van de moeilijkste dingen die ik in mijn leven gedaan
heb was het vertrouwen winnen van de kerkelijke gemeenschap van Amsterdam en
Nederland (voor zover dat mij gelukt is).
Het heeft me zelfs voor een deel opgebroken.
Wat heel apart is, is dat ik dezelfde worsteling niet ervaar
in buitenkerkelijke kringen waarin ik verkeer (en dat zijn er meerdere [geweest]).
Het is echt heel anders.

Een paar vrienden van mij vinden dat ik veels te gevoelig ben
op dit punt, en ik denk dat ze ook voor een deel gelijk hebben, maar niet
helemaal.
Want áls ik het gevoel krijg dat ik voor (minderwaardige)
buitenlander gezien wordt, dan is het in de kerk.
Voorbeeld: vorig jaar kreeg ik een email van iemand naar
aanleiding van een preek.
Letterlijk stond dit zinnetje: als je beter ingeburgerd was,
had je dat niet gezegd.

Vertrouwen moet je winnen, mee eens.
Maar je kunt het ook, uit genade en liefde, geven.

(Noot: dit is de zeventiende in een serie logs die stilstaan bij ons 30-jarige jubileum als
zendingswerkers. Klik op categorie Jubileum voor de rest van de serie.
Klik
hier voor de eerste log.)


Gek

Op 4 januari 1990 arriveerden we in Nederland.
Er ging een heel proces aan vooraf dat bestond uit
evaluatie, onderzoek, fondsenwerving, regelwerk.
Jullie weten het waarschijnlijk niet, maar voordat iemand
door een zendingsorganisatie uitgezonden wordt wordt hij of zij grondig
onderzocht en onderworpen aan allerlei psychologisch- en persoonlijkheidstesten
e.d.
Ze willen weten of je gek genoeg bent om church planter te
worden in Amsterdam.
Pas als je helemaal stapel verklaard wordt mag je. 

Om je gestoordheid helemaal op de proef te stellen moet je
ook je eigen inkomen werven.
Wij hebben er een jaar over gedaan om genoeg mensen zo ver
te krijgen dat ze ons zouden ondersteunen.
Het ging uiteindelijk om ongeveer 20 kerkelijke gemeentes en
40 individuen.
Ik ben in contact met de kerken gekomen door simpelweg door
de Gouden Gids te bladeren (In Amerika staan kerken in de Gouden Gids. In
Nederland niet.). Ik schreef een brief, belde de dominee en probeerde een (uiteraard!)
vrijblijvend bezoek te regelen. Meestal leverde dat niets op, soms wel. Volgens
mij heb ik 300 kerken aangeschreven. Op zich geen slechte verkoopcijfers.

Zes weken voordat we wilden vertrekken was het nog niet rond
met de fondsenwerving. Wij stonden op het punt het vertrek uit te stellen toen
ik gebeld werd door iemand die ik nauwelijks kende uit Chicago. Het was een
zoon van een Nederlands emigrantengezin die rijk was geworden in de
afvalverwerking.
In een korte zakelijke mededeling (zoals alleen Nederlanders dat kunnen) deelde hij mij mee dat hij en
zijn vrouw bereid waren om $1000 per maand te doneren ten behoeve van ons
project.
Wij konden gaan.

Amsterdam staat bekent als een church planter’s graveyard. De
meeste gemeentestichters en projecten sneuvelen hier.
Begin van de 20e eeuw stond Nigeria bekend als de
white man’s graveyard.

Ik moet gek zijn (geweest).

(Noot: dit is de zestiende in een serie logs die stilstaan bij ons 30-jarige jubileum als
zendingswerkers. Klik op categorie Jubileum voor de rest van de serie.
Klik
hier voor de eerste log.)


Terugkijkend

Laatst vroeg iemand mij wat ik geleerd heb door onze ervaringen in Nigeria.
Hoe ik er op terug kijk.
Ik kan daar een paar dingen over zeggen.

Het was enorm leerzaam. De eerste jaren van volwassenheid, waarin je leert wie je bent, wat je kan, wat je niet kan. Doordat we in een andere cultuur werkten en woonden werden we ook gelijk geconfronteerd met de tegenstellingen rijk/arm, noord/zuid, blank/zwart, hoog opgeleid/niet opgeleid, enz. Van dichtbij maakte we allerlei gebieden van het leven mee: onderwijs, medische zorg, ontwikkelingshulp, vervoer, overheid, kerk, theologie, cultuur.

Ik denk dat ik ook veel gemist heb. Ik was toen niet volwassen genoeg om de goede vragen te stellen en naar de antwoorden te zoeken (voor zover er antwoorden zijn). Daar voel ik me niet schuldig over. Ik denk dat dat voor iedereen geldt die jong en beginnend is. En ik had niemand naast me die mij daarin kon helpen. (In die tijd bestond het vak “coach” niet.)

Die periode van 10 jaar was erg vormend voor de rest van mijn (werk)leven. Wat ik in Nigeria geleerd heb heb ik heel bewust meegenomen naar Nederland. Dat vind ik zeer kostbaar. Ik heb er veel profijt van gehad.

Met deze opmerkingen sluit ik de reeks verhalen over Nigeria af.
Omdat een nog groter deel van deze afgelopen 30 jaren zich in Nederland afspeelt wil ik ook in een paar blogs iets over mijn ervaringen in Nederland zeggen. Verhalen over slangen en lijkgeuren zullen dat niet zijn. Alhoewel – lijken?

Bedankt voor het lezen van deze verhalen. Ik hoop dat jullie ze interessant en leerzaam vonden.

(Noot: dit is de vijfiende in een serie logs die stilstaan bij ons 30-jarige jubileum als zendingswerkers. Klik op categorie Jubileum voor de rest van de serie. Klik hier voor de eerste log.)


Malaria

Zeven maanden nadat wij in Nigeria arriveerden gingen we
(Cyndi en ik en een collega stel) voor het eerst op trektocht uit.
Op vrijdagmiddag vertrokken we met de auto.
Bij het dorp Gayam gingen we ter voet ongeveer anderhalf uur
lopen, met bootje de rivier over. Daar lag een dorp waar we overnachtten.
Daar woonde een evangelist van ons.
De volgende ochtend begonnen we de reis van ongeveer 5 uur
door de bush.
Op dit beeld van Google Earth zie je de weg, de rivier, en het gebied waar we naar toe gingen.

Gayam

Wij kwamen aan in een afgelegen dorpje, dat nauwelijks een
blanke had gezien.
Daar sliepen we, na genoten te hebben van hun gastvrijheid. Als
mijn geheugen mij niet in de steek heeft gelaten weet ik nog dat we mee mochten
genieten van het voorbereiden van het vlees voor de maaltijd: een vrij grote
rat die in dat gebied als lekkernij beschouwd wordt.
De volgende ochtend gingen mijn collega en ik op pad.
De bedoeling was om in dat gebied rond te trekken, een
aantal dorpjes te bezoeken en daar het Evangelie te verkondigen.
Dat deden we ook.
Zonder bericht kwamen we aan.
Het hele dorp rukte uit.
Wij hielden een korte dienst met preek, wat allemaal in de
plaatselijke taal vertaald werd.
Daarna op naar het volgende dorp.
Zodoende hebben we vier dorpen bezocht.
Einde van de middag waren we terug bij onze vrouwen.
Ik vergeet dat gevoel nooit meer: na de maaltijd voelde ik
de koorts vanaf mijn enkels mijn lichaam veroveren.
Tegelijk begon de diaree.
Ik was gewoon, voor het eerst in Nigeria, goed ziek. Malaria.
De hele nacht door maakte ik om het uur gebruik van het
gaatje net buiten onze compound.
De volgende ochtend moesten we, om verschillende reden,
terug naar huis.
Er zat niets ander op dan lopen.
Dat deed ik dus dan – vaak onderbroken door een diareepauze.
Na vijf uur (misschien was het langer, ik weet het niet) kwamen we terug bij de rivier.
Oversteken, nog anderhalf uur lopen naar de auto, twee uur
over de hobbelige weg naar huis.
Toen wij thuis kwamen stond het vliegtuig op ons te wachten.
Wij wisten dat we gasten zouden krijgen – mijn directe baas
en twee bestuursleden uit Amerika.
Maar wat bleek: Sarah, één jaar oud, die we achter hadden
gelaten met een collega, was ook erg ziek met malaria. Ze wilden haar naar het
ziekenhuis brengen, maar ze wilden ook even op ons wachten.
Binnen 10 minuten was Cyndi weg met Sarah.
Ik bleef achter met de gasten en het stel waar we mee op
reis gingen.
Ik naar bed – jullie zoeken het zelf maar uit.
Ik heb er veel weken over gedaan om van die ziekte te
herstellen.
Gedurende de rest van onze tijd in Nigeria heb ik weer zulke
trektochten gemaakt, maar nooit helemaal ontspannen.
Grappig hoe zo een ervaring je bij blijft hangen.

(Noot:
dit is de viertiende in een serie logs die stilstaan bij ons 30-jarige
jubileum als zendingswerkers. Klik op categorie Jubileum voor de rest
van de serie. Klik
hier voor de eerste log.)


Seks

Wedden dat ik nu je aandacht heb?
Seks speelt een belangrijke rol in het leven van (jonge)
mannen.
In Nigeria was dat bij mij ook zo.
Waar ik niet echt bij stilstond was dat dat ook voor de
Nigerianen gold.
De mannen, in ieder geval.

Op een gegeven moment hoorden we dat de dominee waar ik
helemaal in het begin mee samenwerkte aangevallen was door een man die, volgens
die man, hem betrapte met zijn vrouw.
En niet ’s nachts.
’s Middags.
Met een stok ging die bedrogen man de dominee te lijf,
waardoor de dominee permanent letsel aan zijn schouder opliep.
Ik heb geen idee of de beschuldiging waar was.
Stel je voor: in een hutje, midden in een dorp, ’s middags,
je bent dominee, andermans vrouw. Hoe krijg je dat voor elkaar?

Wij hadden op een geven moment een klein kantoortje dat
beveiligd moest worden.
Wij hebben dus een bewaker aangenomen.
(Wij hebben – dit is echt waar – een keer een bewaker gehad
die ons met pijl en boog bewaakte, áls hij wakker was.)
Vrij vroeg op een avond moest ik even naar kantoor.
Toen ik bij de voordeur kwam zag ik een soort schutting,
gemaakt uit karton en oud golfplaten, die een stuk van de veranda afschermde.
En ja hoor.
Daar lag onze bewaker met een vrouw.

De kerk daar hield een keer per jaar Synode.
Het was een vergadering die een week duurde.
Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, in de hitte.
Ook geen comfortabele stoelen.
Op donderdagochtend, de een na laatste dag, merkte we op dat
er iets aan de hand was.
De voorzitter van de Synode kwam, op een gegeven moment,
verslagen binnen.
Hij werd, die nacht, aangevallen door een man die hem
betrapt had met zijn vrouw.
Ik heb geen idee of de beschuldiging waar was.
Stel je voor: Klein dorpje. Vol gasten. Druk. Voorzitter van
de Synode. Dominee. Getrouwd.

Dat laatste maanden van mijn tijd in Nigeria stonden in het
teken van deze gebeurtenis, want ik was toen de liaison tussen onze
zendingsorganisatie en de Nigeriaanse kerk.
Wat het nog ingewikkelder maakte was het feit dat je met
verschillende stammen te maken had, en dus ook een machtspelletje.
Wie wilde deze voorzitter weg hebben?
En waarom?
Of had hij, als man, gewoon zin in een lekkere vrijpartij?

No_sex_1

(Noot:
dit is de dertiende in een serie logs die stilstaan bij ons 30-jarige
jubileum als zendingswerkers. Klik op categorie Jubileum voor de rest
van de serie. Klik
hier voor de eerste log.)