Categorie archief: De hel

de hel: Slot (2)

Een vraag die
gesteld wordt als je deze kijk op het Evangelie en de hel aan iemand vertelt
is: Waarom zou je dan evangeliseren?
Waarom zendingswerk doen? Waarom preken?

Als je niet het doel hebt mensen van de hel en verdoemenis
te redden, waarom zou je het dan doen?

Een antwoord dat je wel eens hoort is: Jezus heeft ons geboden te prediken en evangeliseren (Matt. 28:19,20).

Dat zou kunnen, maar ik hou het niet vol om een leven lang
te preken en te evangeliseren alleen omdat het mij geboden is. Er moet een andere motivatie zijn.

En die is er wel degelijk, volgens mij. Even in het kort:

1. Wanneer mijn vrouw en ik een kind krijgen, dan is dat
kind van ons. Hij/zij hoort bij ons. Die status kan hij/zij niet verliezen.
Maar dat betekent niet dat we dan verder niets mee doen. Nee, wij spannen ons
in om dat kind te laten groeien en bloeien omdat we van dat kind houden en hem/haar
het beste voor hebben.

De motivatie voor mij om bezig te zijn met het Evangelie is
dat ik heel graag wil dat mensen de genade en liefde van God pakken,
toe-eigenen en toepassen in hun leven. Ik wil dat mensen gaan groeien in de
kennis van God en Jezus, steeds meer in staat om zichzelf en de naaste lief te
hebben. Groeien in vruchtbaarheid.

De nieuwe koning is aangekomen. Het nieuwe Koninkrijk is er.
Dat verandert alles voor iedereen. Het is zo jammer als mensen dat niet horen
en niet pakken. Het gaat mij niet primair om het ontsnappen aan een hel na de
dood, maar het zich bevrijden van de hel die we hier ervaren, en, in
overeenstemming met dit Koninkrijk, de handen uit de mouwen steken om mee aan
dat Koninkrijk te bouwen.

Dit is een positieve motivatie, niet de negatieve van angst
voor de hel. Het is een bron van diepe liefde voor iedereen om me heen. Jezus
houdt van elke persoon die ik tegen kom, en heeft zich tot in de dood gegeven.
Zo kan ik ook die persoon lief hebben.

(Persoonlijke noot: Ik
heb me in Amsterdam Noord een burn-out in gewerkt om het Evangelie van Gods
genade te prediken. Het heeft ook veel mensen geholpen, omdat ik de genade
predikte. Maar als ik terug kijk, vraag ik me af óf ik echt van die mensen
hield. Als ik die tijd vergelijk met hoe ik nu in het leven en in mijn werk als
dominee sta, dan is het verschil groot. Dit perspectief heeft me tastbaar,
voelbaar en concreet geholpen om niet alleen met mijn hoofd maar ook met mijn
hart en gevoel mensen lief te hebben. Ik ben werkelijk een ander mens geworden.)

2. Een tweede gevolg is dat mijn ogen nu open zijn gegaan
voor het werk van Jezus overal en in iedereen. Vroeger mocht ik van de theologie Jezus niet vinden
buiten de grenzen van de bijzondere
genade
. Nu wel. Ik zie de tekenen en vruchten van het Koninkrijk overal, en
ik heb veel meer “aanbiddingsmomenten”,
waarbij ik in verwondering Gods liefde voor en werk in deze wereld waarneem.
Dat is echt fantastisch.

3. En ik word bevrijd van de last op mijn schouders dat ik
alles, maar dan alles moet doen om de
mensen om me heen van de hel te redden.

Ik weet dat veel mensen in onze kringen zullen zeggen dat ze
die last niet voelen, dat ze dat aan God over laten. Maar, eerlijk gezegd, vind
ik dat niet consequent. Als er een hel is, en als mensen naar die hel gaan
tenzij ze in Jezus gaan geloven, dan zouden we in onze kerken tot het uiterste
moeten gaan om aan iedereen de boodschap te vertellen zodat ze de kans krijgen
om te gaan geloven. Als we dat niet doen, dan geloven we niet echt wat we zeggen
wél te geloven. Tenminste, dat is mijn mening. En het is gewoon zo dat onze
kerken niet gekenmerkt worden door een drive
om te evangeliseren.

Maar dat kan ik nu helemaal aan God overlaten. Niet omdat
mijn denken niet consequent is, maar omdat de bijbel dat ons leert, volgens
mij. En dat is heerlijk, want ik kan daardoor vol passie in en voor de kerk
werken, en mij volledig kan en wil geven aan de zaak van Gods Koninkrijk.

‘U zult de waarheid
kennen, en de waarheid zal u bevrijden.’
zei Jezus.

Zo ervaar ik het ook.


De monnik en de zendeling

Boeddhistische_monnik
Een zendeling sprak met een Boeddhistische monnik en
vertelde hem over Jezus.

De zendeling merkte op een gegeven moment op dat een traan
langs de wang van de monnik biggelde.

In de verwachting dat de tijd nu rijp was om de monnik tot
bekering te brengen, vroeg de zendeling aan hem of hij nu zo ver was dat hij
Jezus als zijn Redder en Heer aan kon nemen.

De monnik antwoordde: Ik ken deze Jezus. Hij leeft al in mijn
hart. Alleen, tot op dit moment wist ik niet hoe hij heette.


de hel: slot (hopelijk)

Dit is het laatste log over de hel tenzij andere vragen
gesteld worden waarop ik een antwoord wil geven.

Ik hoop dat je aan deze serie wat gehad hebt. Heel hartelijk dank voor het geduld en het lezen van de logs.

Ik hoop dat je gemerkt heb dat ik dicht bij de bijbel wil
blijven: dat ik teksten in hun context wil lezen (ook wat ze toen in die tijd
betekende), en alles wil plaatsen in de grotere lijnen van Gods liefde en
Koninkrijk.

De reacties vallen mij enigszins tegen, wat het aantal betreft.
Het kan zijn dat jullie gewacht hebben totdat de serie af is om zo niet voorbarig
de hele boel af te kraken (misschien komt
het op het eind toch nog goed met die jongen!).
Het kan ook zijn dat dit formaat (een weblog) zich niet makkelijk leent voor dit soort gesprekken.

Ik nodig jullie echt uit om
in gesprek te gaan, om kritiek te leveren, om vragen te stellen die niet aan de
orde zijn geweest, te vragen om opheldering.

Wanneer je een soortgelijke visie op de hel hebt, dan wordt
je vaak verweten dat je een “makkelijk” christendom nastreeft, waarbij mensen,
achteroverleunend met de armen over elkaar geslagen, toch het Koninkrijk binnen
rollen. Dat verwijt hoor je vaak in Amerika en zeker in conservatief blogland.

Dat bedoel ik zeker niet. Mijn ervaring is dat het veel
moeilijker is om een gulle genade te prediken dan een strenge Vader in de
hemel. Meer mensen hebben mijn gemeente verlaten omdat ik het te “makkelijk”
maak dan dat ik het te “moeilijk” maak. Dit is zo een andere manier van denken,
en het druist in tegen onze neiging om, door middel van eigen inzet, Gods
liefde en redding te kunnen verdienen.

Deze visie verkoopt veel moeilijker dan de visie waar ik mee
opgegroeid ben.

Als mensen zeggen “het
is te mooi om waar te zijn”
dan heb je hem te pakken.

Een laatste opmerking: als ik voor God kom te staan dan kies
ik er bewust voor om tegen Hem te zeggen “sorry, ik dacht dat Uw genade veel
breder en rijker was dan wat het in werkelijkheid is”. Ik maak liever die fout
dan dat ik voor Hem kom te staan en moet zeggen “God, wat was uw genade veel
dieper en breder dan wat ik dacht en predikte.”

Hoe zit dat bij jou?

(P.S. Als toegift, twee links naar een interview met "Gregory Macdonald" een Evangelical Universalist. Hij geeft antwoord op de moeilijke vragen die aan een universalistische kijk op de bijbel gesteld worden. Ze zijn wel in het engels, maar goed. Klik hier en hier.)


de hel deel 17

Newbigin
Nog een boek dat mijn leven veranderd heeft is The Gospel in a Pluralist Society door
Lesslie Newbigin. Newbigin was een Engelse Anglicaan, die 40 jaar zendeling in
Indië is geweest. Toen hij naar Engeland terugkeerde realiseerde hij zich dat
Engeland “zendingsland” was geworden en dat het pluralisme daar net zo hoogtij
vierde als in Indië.

Hij heeft een fantastisch boek geschreven over hoe als
christen te leven in onze moderne westerse samenleving. Hij geeft briljante
handvatten over hoe je je aan de waarheid vast kan houden en toch in gesprek
blijven met de samenleving.

Zijn kijk op de uitverkiezing heeft mij voorgoed veranderd,
maar dat is een ander verhaal. Ik wil uit dit boek citeren, een vrije vertaling
van mij. Hopelijk geeft het een goed beeld van hoe ik tegen het christelijke
geloof en in het bijzonder de plaats van Jezus, de redding en de hel aan kijk.

Het is gewoonte
geworden om de relatie tussen het christendom en de wereld in termen van
“pluralistisch”, “exclusivistisch” of “inclusivistisch” aan te duiden. (..)

De positie die ik
uitgelegd heb is exclusivistisch in de zin dat het de uniciteit van Gods
openbaring in Jezus veronderstelt, maar het is niet exclusivistisch in de zin
dat het ontkent dat niet-christenen gered kunnen worden.

Het is inclusivistisch
in de zin dat het de reddende actie van God niet beperkt tot de christelijke
kerk; het wijst het inclusivisme af dat de niet-christelijke godsdiensten beschouwt
als even goed in staat de mens tot redding te brengen.

Het is pluralistisch
in de zin dat het erkent dat Gods genade actief is in het leven van elke mens;
het wijst een pluralisme af dat de uniciteit van Gods werk in Jezus ontkent.
(blz
182,183)


de hel deel 16

Een paar opmerkingen aan de hand van het boek Following Jesus: Biblical Reflections on
Discipleship
door N.T. Wright, die ik hier al eerder genoemd heb.

In zijn hoofdstuk over de hel maakt hij een aantal
opmerkingen, die ik hier samenvat:

1. Het
verlangen dat anderen gestraft worden heeft geen plaats in een christelijke
levensvisie. Wanneer ik graag zie dat iemand gepijnigd wordt dan ben ik ver van
Gods Koninkrijk geraakt. Dat is anders dan het verlangen dat recht gesproken
wordt. Dat is wél van het Koninkrijk.

2. Het
beeld dat wij meegekregen hebben van mensen die, na de dood, in een eeuwige
vuurpoel komen, wordt niet ondersteund door de passages in de bijbel die dat
lijken te doen.

3. Het
is mogelijk om andere goden te volgen
en te aanbidden. Op het moment dat we dat doen, dan stellen wij ons open voor
de schrikbeelden die we in de bijbel tegenkomen.

4. God,
die mensen hun vrijheid geeft, respecteert de keus van een mens om zonder Hem
door het leven te (willen) gaan. Maar Zijn gevoel daarbij is geen wraak of
vergelding, maar verdriet en een diep gekwetste liefde. Dat zie je uitgewerkt
toen Christus aan het kruis stierf.

5. Onze
traditionele visie op de hel heeft ertoe geleid dat we het gevaar lopen deze
huidige wereld ondergeschikt te stellen aan de toekomstige eeuwigheid. Het
Koninkrijk van God is op deze aarde
gekomen, en moet nu gestalte krijgen,
midden in de hel die er nu al is in het leven van zoveel mensen. Wij spreken
een woord van troost in de hel waarin wij ons bevinden.

Laten wij, als
volgelingen van Jezus, bereid zijn om, net als Hij, de boodschap van troost en mistroost,
welkom en waarschuwing te verkondigen. En laten wij, in onze dagen, ons bekeren
van onze zonden, zowel de individuele als de gemeenschappelijke overtredingen,
en Degene aanbidden naar wiens beeld wij gemaakt zijn. Laten we Hem zo volgen
dat we in ons leven als individu en als samenleving gehoor kunnen geven aan ons
gebed dat de hel overwonnen mag worden en dat hemel en aarde weer één worden.
(Blz.
98)


de hel deel 15

En nu een woord aan mijzelf, andere voorgangers,
ambtsdragers, mensen die al lang christen zijn en geprofiteerd hebben van een
christelijke achtergrond en veel kennis.

De waarschuwingen in de bijbel lijken nog meer op ons te
slaan dan mensen die Jezus nog niet kennen, die niet in de kerk opgegroeid
zijn.

Ik heb wel eens in een dienst gezegd: “Ik heb meer te vrezen
dan wie dan ook in deze zaal.”

Een paar teksten:

Van Jezus: En jij dan, Kafarnaüm, je denkt toch niet
dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk
zul je afdalen! Want als in Sodom de wonderen waren gebeurd die bij jou gebeurd
zijn, dan was het tot op de huidige dag blijven bestaan. Ik zeg je dat op de
dag van het oordeel het lot van Sodom draaglijker zal zijn dan dat van jou.’
 (Matt. 11:23)

De Joden, die alles aan voorrechten genoten, liepen meer
gevaar dan Sodom.

Ook
van Jezus: Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën,
huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de
hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen
binnengaan niet toe.
(Matt. 23:13)

Vervang “schriftgeleerden en Farizeeën” met “dominees en
ambtsdragers”.

Paulus
aan Timotheüs: Richt je hierop, maak het je eigen, zodat voor
iedereen duidelijk wordt dat je vorderingen maakt. Neem je in acht, houd je aan
de leer en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als hen die naar je
luisteren.
 (1 Tim. 4:15,16)

En
Paulus over zichzelf: Ik hard mezelf en oefen
me in zelfbeheersing, want ik wil niet aan anderen de spelregels opleggen om
uiteindelijk zelf te worden gediskwalificeerd.
(1 Kor. 9:27)

Lieve dames en heren christenen: dit zijn inderdaad ernstige
zaken. Het is wel degelijk mogelijk dat wij zo van de weg afwijken dat we in de
grote problemen komen. Onderschat dat niet. Zie het verhaal van Ted Haggard,
onder andere op mijn weblog.

Ik zal het nog sterker zeggen: de kerk hier in West Europa
heeft jammerlijk gefaald. Honderd jaar geleden hadden wij het voor het zeggen
in deze samenleving. Iedereen kwam naar onze kerken, luisterden naar onze
dominees, gehoorzaamden onze ambtsdragers.

En nu is de samenleving boos op de kerk en zij wil niets te
maken hebben met onze God.

Ik hoor je nu al zeggen – dat is niet helemaal waar.

Nee, waarschijnlijk niet helemaal, maar waar genoeg.

En de schuld daarvan, geloof ik, ligt grotendeels aan ons.
De woorden van Jezus en Paulus slaan op ons, denk ik, het kan niet anders.

Het zou ons sieren als we dit niet zouden ontkennen, maar
toegeven, ons bekeren, vergeving vragen van God én onze samenleving, en op een
andere manier kerk zijn.

Als we dat niet doen word ik bang.

Niet voor God, maar voor
onszelf en de gevolgen van onze starheid en koppigheid.


de hel deel 14

Je kunt nu het idee krijgen dat, als wat ik al geschreven
heb klopt, het christelijke geloof nu beroofd is van wat de kerk de “ernst”
noemt.

Als de hel er niet meer is als “stok achter de deur” dan
maakt het niet uit wat we doen, wij kunnen er op los leven, wij hoeven nergens
mee rekening te houden, want het komt allemaal goed. Er zijn geen consequenties
meer voor hoe we leven.

Als je die vraag stelt, dan heb je de boodschap goed
begrepen. En ik bevind me in goed gezelschap, want diezelfde vraag is ook gesteld
aan Paulus, die een gulle genade predikte. Betekent dit nu dat we
vrijuit mogen zondigen omdat we niet onder de wet staan, maar onder de genade
leven?

(Rom. 6:15) is de vraag die opkwam bij zijn toehoorders. We mogen nu alles doen
en denken!

Maar
niets is minder waar. Aldus Paulus: Absoluut
niet!

De
bijbel staat vol waarschuwingen, dat het mogelijk is om weg te lopen van Gods
genade, dat het denkbaar is dat iemand de weg die Jezus is verlaat.

Ik
geef twee voorbeelden, één uit het leven van Jezus, één uit een brief in het
Nieuwe Testament.

De evangelist Lucas vertelt over een rijke jongeling die bij
Jezus kwam en vroeg hoe hij deel kon krijgen aan het eeuwige leven (18:18-29).
Daarbij stelde hij dat hij zich aan alle wetten en geboden van God gehouden had.
Jezus ontkende dat ook niet. Dat was gewoon zo. Hij zou zo bij ons ouderling
kunnen worden.

Toen stelde Jezus nog een eis: “Verkoop
alles wat u hebt en verdeel de opbrengst onder de armen”.
Met andere woorden – het Koninkrijk van God is nu gekomen. Er wordt
meer gevraagd dan een leven volgens Gods regels. Het gaat nu om de wereld
waarin het Koninkrijk gestalte moet krijgen, en mensen zoals jij moeten dat vorm
geven. Ga – doe wat Ik gedaan heb, geef je je aan de armen.

Toen de man dat hoorde werd hij diep bedroefd, want hij was
zeer rijk. En hij liep weg.

In de brief aan de Hebreeërs staat de volgende
schrikbarende passage:

Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de
hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige Geest, wie het weldadig
woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft
 en vervolgens afvallig
is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd, omdat zo iemand
voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigt en aan bespotting blootstelt.
(6:4-6)

En in dezelfde brief:

Let op dat u hem die spreekt niet afwijst. Want als zij al niet
ontkomen zijn toen ze degene afwezen die hen op aarde onderrichtte, dan kunnen
wij, wanneer we ons afkeren van degene die dat vanuit de hemel doet, helemaal
niet ontkomen.
(12:25)

Het is mogelijk om weg
te lopen van Gods genade en de opdracht die Jezus ons gegeven heeft. Het is
niet alleen mogelijk – wij doen het
regelmatig. Wij worstelen tegen de zonde en we moeten ervoor vechten om uit
genade te leven. De ikgerichtheid waar we allemaal mee worstelen, loopt als een
brullende leeuw rond, op zoek naar wie hij kan verslinden.

Dit
zijn ernstige waarschuwingen en ernstige zaken. Wij moeten de kracht van de
zonden en het ongeloof in ons leven serieus nemen. Het is wel degelijk mogelijk
dat ik, bewust of onbewust, van de weg afwijk.

Maar
het erge van het afwijken, ligt niet in het feit dat ik dan in de eeuwige
vlammen van de hel kom.

Nee,
het erge van dat afwijken is dat ik de liefde, genade, doel, en zingeving van
het leven dat in Jezus’ weg te vinden is ontloop. Dat ik niet de persoon wordt
zoals bedoeld was. Dat ik lijd aan de gebrokenheid van de wereld, mede
veroorzaakt door mijn eigen koppigheid.

Het
verbaast me steeds weer dat ik zo een neiging heb, en er vaak voor kies, om mijn
eigen weg te gaan in plaats van “de weg der zaligheid”.

Wat
ben ik vaak idioot bezig.