Zeven kruiswoorden

Deze blogpost is wat langer dan normaal. Dat kan op een Stille Zaterdag, toch? Dit is de overdenking die ik vanavond in Haarlem hoop te houden (19.30u Goede Herderkerk, als je erbij wil zijn).

Elke evangelist gaat anders om met de zeven kruiswoorden van Jezus:
Mattheüs (en Markus) noemt één woord en richt zijn blik op de relatie van Jezus met zijn Hemelse Vader.
Waarom hebt U mij verlaten?

In Johannes zien we Jezus gericht op zijn eigen lijden en sterven, de functie en betekenis ervan.
Zijn aandacht voor Maria en Johannes (dat is je zoon, dat is je moeder), de uitspraken die diep geworteld zijn in het Oude Testament en de geschiedenis van Israël:
Ik heb dorst.
Het is volbracht.

Lucas laat ons een Jezus zien wiens blik van vergeving en vertrouwen op de ander gericht is:
Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen.
Toen hij wreed gekruisigd werd, ging zijn hart uit naar de soldaten, deze schepselen van de levende God, zijn Vader, die zelfs alle schijn van menselijkheid verloren hadden.
Zijn hart van vergeving brak van verdriet over wat had kunnen zijn.
Vergeef hun – ze weten niet meer wat ze doen.

Je hebt je volledig overgegeven aan het kwaad, en de kwade machten van de satan, denk ik dan, als je, terwijl je zelf om je eigen kwade daden daar hangt te sterven, de man Jezus bespot en beschimpt.
Ik zou daar zelf vreselijk toornig om worden, en deze mannen met een hartgrondige vloek naar de hel sturen die ze verdienen.
Jezus niet.
Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.*

Als je ooit door iemand verraden en onterecht verlaten bent, dan weet je hoe pijnlijk dat is.
Er is geen pijn die dieper gaat, geen dood die erger is dan de dood die in eenzaamheid ondergaan wordt.
Zelfs het uiteinde van de zweep ging niet zo diep als deze klap, die door merg en been dringt.
Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?
Deze verlatenheid is door ons niet te peilen.
Verlaten door Degene die de aarde grondvestte – en toch heft Jezus, in zijn ergste stervensnood, zijn ogen op naar de hemel – want vandaar komt zijn hulp.
Vader, in uw handen leg ik mijn geest.
Ook al weet ik niet of u er bent.
In de wetenschap dat wat mij overkomen is niet door mij verdiend is.
Ik heb voor deze verlatenheid gekozen, maar het is fundamenteel niet fair.
Desondanks. Of misschien juist wel het enige dat Jezus op dat moment kon doen:
Vertrouwen welt op uit zijn hart en vloeit over zijn lippen: Vader, in uw hand leg ik mijn geest.

Deze woorden vinden hun Oudtestamentische wortels in Psalm 31.
In uw hand beveel ik mijn geest (NBG vertaling).
David wordt aan alle kanten belaagd en in het nauw gedreven.
Zijn leven is niet veilig. Zijn vertrouwen op God staat vast.
De vergelijking met Jezus is duidelijk.
Maar lees dan de rest van Psalm 31.

Hoe gaat David, in die Psalm, met zijn vijanden om?
Wie armzalige goden vereren-ik haat ze…
Ik haat hen die ijdele nietigheden vereren…
Laat de goddelozen te schande staan en verstommen in het dodenrijk….

Je voelt mijn vraag aankomen, denk ik.
Waarom doet Jezus wat David niet doet?
Hoe kan het Jezus lukken om zijn vijanden te vergeven, hen een enkeltje Paradijs te wensen, zelfs te beloven, terwijl David niets liever heeft dan dat zijn vijanden voor eeuwig verstommen in het dodenrijk?

Het heeft, denk ik, te maken met de grootsheid van wat er op Gogoltha gebeurd is.
De wereld steekt vanaf deze dag fundamenteel anders in elkaar.
Jezus, het vlees geworden Woord, de geliefde Zoon van God, sterft in de handen van misdadigers, mensen die hun menselijkheid verloren hadden.
Hij legt zijn leven in Gods handen: vóór zijn sterven, tijdens zijn sterven, op het moment van zijn sterven.
En vindt daar het vermogen en de kracht om vergevend en liefdevol te zijn.
Een echte mens te zijn, ook in die benauwdheid.

Ik geef jullie, op deze Stille Zaterdag tussen Golgotha en het lege graf, deze gedachte mee.
Jezus deed wat David niet kon doen.
En de vraag: hoe zit dat met jou?
Laat je het toe dat het nieuwe scheppingswerk dat Jezus voltooid heeft en echte mens van jou maakt?

xiii

* Voor het geval je je afvraagt hoe het zat met de tweede misdadiger: ging hij toch niet naar de hel? Ik wijs erop dat de tekst daar met geen woord over rept. Wij weten het niet. Wanneer we menen dat hij wel verloren ging, laten we de tekst iets zeggen dat het niet zegt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: