Genaaid

Vier maanden nadat we arriveerden in Serti begon ik les te
geven in een kleine bijbelschool in het dorp, naast het kerkgebouw. Niet alleen
les geven – ik was gelijk Directeur!
Je moet je voorstellen: de studenten volgen hier een
driejarige opleiding. De meeste kunnen nauwelijks lezen en hebben absoluut geen
bijbelkennis als ze beginnen. (De uitzonderingen kunnen al helemaal niet
lezen.) Na drie jaar worden ze uitgezonden naar een dorp om daar een gemeente
te stichten.
(Wij realiseren ons niet, hier in het rijke, hoog opgeleide
Westen, dat verreweg de meeste kerkleiders in de wereld nauwelijks iets aan
formele opleidingen hebben kunnen volgen. In mijn cynische momenten denk ik: de
wetenschappelijke theologische opleidingen hebben ons niet echt geholpen onze cultuur
te houden voor het Evangelie en de kerk. Maar goed – dat is een ander
onderwerp.)

Mijn collega heette Jakubu MaiTadi (Jakob de vrolijke), een man 10 jaar ouder
dan ik die daar al lang les gaf. Wij zijn vrienden geworden. Hij was een
aardige man, wij konden het goed met elkaar vinden. Ik denk dat de druk op hem
van familie en stamgenoten enorm was – hij was een van de weinigen met een vast
inkomen.
Dat als achtergrond op dit verhaal:

In de zomer van 1979 nam de Nigeriaanse overheid het besluit
om de geldbiljetten te veranderen om corruptie tegen te gaan. Ergens voor het
eind van dat jaar moest iedereen het oude geld inleveren, want anders was het
niet meer geldig. Daarmee hoopten zij corruptiegeld ook binnen te halen.
In ons dorp en in het hele gebeid was er geen enkele bank.
Mensen moesten een reis maken van 150 km naar de dichtstbijzijnde bank om hun
geld te wisselen. Tijdrovend en enorm kostbaar voor straatarme mensen.
Wij besloten de mensen in onze streek te helpen. Ze konden
bij ons hun oude geld inleveren, wij wisselden. Alleen, wij hadden niet genoeg
geld om iedereen gelijk te kunnen voorzien. Ik bedacht een systeem van bonnen:
je levert je oude geld in, ik geef je een bon, je komt over een tijdje terug
met je bon en je krijgt de nieuwe biljetten. Het werkte perfect. Honderden
mensen kwamen met oud, verschrompelde geldbiljetten. Geld dat in matrassen,
ondergoed en weet ik waar allemaal gezeten had. Je probeerde er niet aan te
denken als je aan het tellen was.
Maar toen moesten wij met verlof. Ik kon dus het karwei niet
afmaken. Ik legde alles uit aan mijn vervanger, een piloot die net aangekomen
was en in ons huis zou wonen met zijn gezin om de taal te leren. Ik liet alles
in vertrouwde handen achter.
Toen ik zes maanden later terugkwam, vertelde hij mij dat
alles afgerond was en dat hij geen noemenswaardige problemen had ervaren. Daar
was ik dankbaar voor. Goed gedaan, jongens!

Vanaf een maand dat ik terug was, viel het mij op dat mensen
bij mij langskwamen om hun geld in ontvangst te nemen. Dat waren mensen die ik niet
kende, mensen die blijkbaar ver hadden gereisd om bij mij te komen. Toen zij
vroegen of ze nu hun nieuwe geld konden krijgen, vroeg ik om hun bon. Dat
hadden ze niet. Ik moest ze dus, uiteraard, teleurstellen. Dat was heel
moeilijk, want het was mij duidelijk dat de mensen echt verwachtten dat ze weg
zouden gaan met geld – en het had hun geld gekost om bij mij te komen. Maar goed – ik kon er echt verder niets aan doen, en na een
tijdje hield het stroompje mensen op.
Maanden later zat ik in de auto met de dominee waar ik mee
samenwerkte. Ik weet niet precies hoe het ter sprake kwam, of hoe het ging,
maar hij vertelde mij dat veel mensen in die streek boos op mij waren omdat ik
ze opgelicht had. Ze vonden mij echt een schurk. En je hebt het hier over
afgelegen dorpjes, mensen die wij wilden bereiken met het Evangelie.

Wat uiteindelijk aan het licht kwam was dat mijn collega
Jakubu, tijdens mijn afwezigheid, naar die dorpjes was gegaan (dat waren
allemaal stamgenoten, dus ze vertrouwden hem) en bood de mensen aan dat hij het
geld voor hen zou wisselen. Het voordeel was dat zij dan niet hoefden te reizen
en het zou makkelijker gaan omdat hij de Bature (blanke) kende.
En je raad het al: hij kreeg de bonnetjes van de mensen mee en hij haalde het geld in een keer op bij
mijn (onervaren) collega. Hij kwam nooit terug in de dorpjes met het geld. Bovendien
liet hij het verhaal rondgaan dat dat aan mij lag.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet meer weet hoe ik dit
opnam met Jakubu. Mijn herinneringen hierover zijn helemaal weg. Volgens mij
bleef hij lesgeven op die bijbelschool en zijn ouderlingschap in de kerk kwam ook niet in
gevaar. 

Sindsdien, als ik onterecht kritiek krijg, denk ik bij
mijzelf: been there, done that.

(Dit is de mijn eerste klas van die bijbelschool. Nigerianen mogen niet lachen op een foto. Toen lachtte ik ook niet zoveel, denk ik, dus dat was geen enkel probleem. Jakubu zit links van mij, donker hemd.)

Serti_bible_school

(Noot:
dit is de vijfde in een serie logs die stilstaan bij ons 30-jarige
jubileum als zendingswerkers. Klik op categorie Jubileum voor de rest
van de serie. Klik
hier voor de eerste log.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: