Weg

Vanochtend kwam deze bijbeltekst aan de orde:
Jeremia 50:20: In die dagen, in die tijd, zal ik onderzoeken
of er nog wandaden op Israëls rekening staan. Ze zullen er niet zijn. En ik zal
onderzoeken of Juda nog zonden op zijn rekening heeft staan. Ik zal ze niet
vinden, want allen die ik in leven laat, zal ik vergeven.

Israël wordt teruggebracht in het beloofde land (na haar
straf uitgezeten te hebben) en God gaat onderzoeken of er nog wandaden en
zonden zijn. Want als die er zijn, zal het weer mis gaan.

Hij zal geen zonden vinden, ook naar onderzoek.
Je ziet het voor je.
Een soort parlementaire enquête.
Want de waarheid zal en moet boven tafel gehaald worden.

Maar nee, hoor.

Niets. Geen wandaden. Geen zonden. Weg. Verdwenen.

Wij realiseren ons niet wat zo’n uitspraak op zou roepen
onder het Joodse volk van die tijd. Geen zonden? Alles vergeven? Betekent dat
dat ik niet meer naar de tempel moet? Dat ik geen offers meer hoef te brengen?
Betekent dat dat er geen straf meer kan komen?

Dit zette, voor de Joden, alles op de kop.

Ik wil tegen jou (en, uiteraard, mijzelf) zeggen dat deze
woorden ook voor jou gelden. Kolossenzen 2:14: Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd,
uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen.

Dat betekent dat het parlementaire enquête van jouw leven
ook niets zal opleveren. Onderzoek door God zelf zal geen zonden of wandaden
kunnen vinden, want ze zijn weg.

Dit is óf waar of niet waar. Ik zie geen “maar” hier.

Ga dan maar niet leven alsof er een "maar" is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: