Amsterdam

Vandaag begin ik met miijn nieuwe baan in Amsterdam.
En, eigenlijk, terug naar de plak waar het voor mij, 19 jaar geleden, allemaal begon.
In januari 1988 kwam ik voor 10 dagen naar Amsterdam met mijn vader om geestelijke leiders in de stad op te zoeken en hun te vragen hoe het in Amsterdam was, en óf er een plek zou zijn voor een team amerikaanse gemeentestichters. Ik zie ons nog door de telefoongids bladeren, en min of meer willekeurig dominees en voorgangers opbellen.
Het was een redelijk succesvolle week. Wij hebben met Pieter Bos van Jeugd met een Opdracht gesproken, wij zijn bij ds. Jaap Zijlstra (Diensten met Belangstellenden) thuis geweest en ook bij ds Rob van Essen in de roze buurt van Amsterdam. Op die zaterdag woonde ik mijn eerst Nationale Gebedsdag in Amersfoort bij, waar ik leiders als Henk Binnendijk en Arnold van Heusden ontmoette (zij weten er niets meer van, ik bedoel dit niet als name-dropping ;-).
Wij logeerden in het Hotel San Luchesio, dat om de hoek staat van waar het kantoor van de Amstelgemeente (CGK AMsterdam) ligt. Vlakbij het Vondelpark en stadsdeel De Baarsjes waar ik meer dan vijf jaar bij de Sociale Dienst Amsterdam werkte. Toen ik in Diemen woonde fietste ik dagelijks langs dit gebouw.

En zo komen dingen weer een beetje bij elkaar. Ik ben erg benieuwd hoe het zal gaan. Ik hoop een bijdrage te kunnen leveren aan de gemeenschap daar in Amsterdam zodat mensen Jezus beter leren kennen, Hem volgen en steeds meer kunnen bijdragen aan het doel van de Amstelgemeente: Diepe vrede in kleurrijk Amsterdam.

Dit heeft niets met dit onderwerp te maken, maar toch wel. Een citaat van Frederick Buechner dat ik onlangs tegenkwam:

En wat de koning van het koninkrijk betreft, wie zou hem herkennen? Hij komt niet netjes voor de dag en is niet knap. Zijn kleren heeft hij bij een bazaar bijeengebracht. Hij heeft zich in geen weken geschoren. Wij hebben zijn haveloosheid zo lang geromantiseerd dat we slechts echo’s kunnen opvangen van de mate waarin het aanstoot moet hebben gegeven aan zijn tijdgenoten; echo’s die te horen zijn in de afschuwelijke vraag van de volgelingen van Johannes de Doper: ‘Bent u de man die komen zou?; in Pilatus’ vraag: ‘Bent u de koning der Joden?’, u met die slecht zittende broek en gebarsten lippen; en in de zwarte humor van het bord dat boven zijn hoofd werd bevestigd, waarop de grap in drie talen stond te lezen, zodat iedereen die zou snappen.

Ik hoop in Amsterdam bij te dragen aan het bouwen van het koninkrijk van deze Koning, waarbij ik me dondersgoed realiseer dat ik zonder Hem niets kan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: