Proef op de som
13 mei,2008 door normviss
Vandaag veel kilometers gereden en geluisterd, onder andere, naar een paar preken van Tim Keller uit New York. Hij houdt een prekenserie over Job. Je kent het verhaal, waarschijnlijk: Satan komt op audiëntie bij God en stelt de vraag waarom Job God trouw blijft dienen, en vraagt zich hardop af of Job dat doet omdat God hem beschermt en zegent. “Stel dat u uw hand naar hem uitstrekt, en aantast wat hem toebehoort, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken”. En, “zou Job U werkelijk zonder reden zoveel ontzag voor U hebben?”
Het punt van Keller was, uiteraard, dat we God lief hebben niet omdat Hij dan dingen voor ons doet, maar omdat Hij het waard is om lief te hebben, ook al loopt je leven niet (of minder) zichtbaar gezegend.
De vraag kwam in mij op: stel dat je niet meer in de hel zou geloven: dat je helemaal niet meer bang zou hoeven te zijn dat jijzelf of iemand die je lief hebt naar de hel zou gaan. Stel zelfs dat er geen (prachtige) hemel zou zijn. Zou je nog steeds in God geloven en Hem dienen? En nog moeilijker: je medemens lief hebben?
Snap je wat ik bedoel? Wij geloven niet in God opdat ons leven gezegend wordt (Ten minste, dat zeggen wij. Naar mijn mening gedragen wij ons vaak wel zo.). Maar achter veel van ons christen zijn ligt (de dreiging van) de hel en het uitzicht op de hemel. Zou Satan, op audiëntie bij God, over ons deze vraag kunnen stellen: Natuurlijk geloven zij allemaal in U. Want ze willen niet in de hel komen. Stel dat er geen hel zou zijn, of geen hemel als beloning, wat zou er gebeuren met hun geloof en hun braaf gedrag?
Neem de proef op de som. Probeer je geloof en goed gedrag vast te houden als je niet de beloning van de hemel of de straf van de hel in het vooruitzicht zou hebben. Je zal waarschijnlijk dagen of weken hiervoor moeten uittrekken, want het is wennen.
Ik ben benieuwd.
Elders heb ik er ook wel eens over geschreven, in een andere context. Maar John McGee (van huis uit theoloog, maar vooral bekend van de Gentle Teaching, een methodiek in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking) heeft het over kapitalisme van de ziel.
Door consequent te belonen en te straffen worden mensen afhankelijk van de opvoeder. Belonen en straffen komen in de plaats van de relatie. Het gevolg is dat als het belonen en het straffen verdwijnt, dat het goede gedrag dan ook niet beklijft.
Je kunt het vergelijken met mensen die geen kaartje kopen als er toch geen conducteur langs komt. Of met mensen die zeggen: “Voor niks een kaartje gekocht, want ik heb geen conducteur gezien.”
Ik zie inderdaad een parallel met het geloofsleven. Waarom geloven wij. Uit angst voor straf, uit behoefte aan beloning, of uit liefde voor God?
Overigens geloof ik wel degelijk in een hemel en ook op een bepaalde manier in de hel, maar het is niet mijn ‘drijfveer’ om te geloven.